Een programma is vaak net als een Lego huis, opgebouwd uit verschillende blokken. Laten we die analogie even vast houden.
Om een programma in elkaar te zetten ” klik” je de verschillende blokken aan elkaar. In Objective-C, de programmeer taal voor de iPhone, heten die blokken objects. Je voegt dus verschillen objects aan elkaar tot een “legohuis”.
Verschillende dingen kunnen objects zijn (net zoals dat je bakstenen hebt, kozijn, dakpannen).
Maar wat is nu een instance !??
Een instance is een lego steen. En wel die specifieke beschreven is. Hij is rood en rechthoekig met acht punten bovenop. Hij is gebaseerd op een legosteen-bouwplan dat class heet in Objective-C. Natuurlijk kan deze specifieke steen meerdere keren voorkomen in je huis. Andere stenen, bijvoorbeeld identiek maar blauw, zijn andere instances.
Ze kunnen van dezelfde class komen, maar dat hangt af hoe je dat geprogrammeerd hebt.
Een instance is ook wel een ander woord voor object. Zo kun je bijvoorbeeld “een cirkel object” ook “een instance van de class Cirkel” noemen.

